Oorlog in Pontianak

 

Een brief van de arts

(verhaal van 28-01-2026)

Na de oorlogsverklaring aan Japan volgden snel aanvallen op Indië. Sirenes klonken door de straten, gevolgd door overvliegende Japanse bommenwerpers. Een arts uit Pontianak op Borneo schreef op 22 december 1941 een brief over de situatie aan dagblad De Locomotief. De titel van het bericht wekte de nieuwsgierigheid, maar meer nog verontrusting. “Alle gangen van het hospitaal vol met gewonden”, iedereen wist dat het daar echt menens was met de oorlogsvoering.

 

“Het bombardement was een vreesaanjagend ogenblik, een uur om nimmer te vergeten. […] Ik kroop onder de tafel, voelde zelfs een hevige schok bij een der ontploffingen”. Overal klonk geschreeuw, mensen renden door elkaar, het was “een drukte van belang”. “Dan alleen de beschietingen, het ontploffen der bommen, gejammer en angstgeschreeuw uit de dichtbij liggende woningen en van de mensen, waar ik in huis ben”.

 

“Zodra het sein ,,veilig” gegeven is, ben ik direct naar het hospitaal gereden, waar een paar getroffenen aangebracht waren. Tijdens den rit zag ik hevige branden op kmp. Bali [aan de] Cementweg en een zware rookkolom voor mij, richting de R.K. Kerk. Dit blijkt later het bezinedepot van de B.P.M. te zijn”.

Terwijl de artsen de eerste gewonden probeerden te helpen, kwamen er nieuwe slachtoffers bij, het hield niet op. “Een vreselijk schouwspel: gekerm van belang, geschreeuw om eerst geholpen te worden, terwijl wij slechts met ons tweeën zijn! Later komt collega L. helpen, die zelf ook gewond is, gelukkig licht”. Ondanks zijn verwondingen zag hij het als zijn taak om mensen te helpen die er erger aan toe waren. Tot half twaalf ’s avonds werkten zij door, zonder eten, drinken of rust. De gewonden hadden hulp nodig.

 

De volgende dag bleek dat er 35 waren gestorven. Voor hen kwam de hulp te laat. Negentig personen bleven in het ziekenhuis, terwijl vijftig personen een plaats kregen in het krankzinnigengesticht, dat nu dienstdeed als hulpziekenhuis. De schade in de stad was groot.

Dit was de situatie waarin menig arts zich bevond tijdens de aanloop naar de Japanse inname van Indië. Zij deden hun best, maar het leed was te groot, vele onschuldigen lieten het leven.