Bosbranden in Indië
Een positieve ontwikkeling
(verhaal van 19-08-2026)
Brandend bos op Roti, KITLV 404028.
De wereld wordt al vanaf het begin van de droge periode geteisterd door bosbranden. Ook Nederlands-Indië had hiermee te maken. Toch was er positief nieuws. Volgens het Soerabaijasch Handelsblad van 8 december 1941 was in het voorgaande droge seizoen een gering aantal bosbranden gemeld:
In vergelijking met andere jaren hebben de gebergtebosschen in de boschressorten Oost-Brantas en Pasoeroean, tezamen met Kawi-Boetakcomplex, Ardjoeno en Welirang met Andjasmoro, Smeroe- en Tenggergebieden omvattende, zeer weinig bezoek gehad van den rooden haan.
In het gebied ten oosten van de Brantas, de rivier die onder meer loopt vanuit Soerabaja naar Malang, verbrandde ongeveer driehonderd hectare, waarvan 250 op de zuidhelling van de Kawi in het Wlingische. Volgens het blad was deze brand niet eens door natuurlijke factoren ontstaan, maar hoogstwaarschijnlijk door kwaadwilligheid van anderen. De overige vijftig hectare brandden op de andere voormelde bergrayons.
Het bosdistrict Oost-Brantas was niet de enige die het goed deed. In het Pasoeroeansche was slechts een minimaal aantal extra hectaren verloren gegaan, door een grote brand op de noordhelling van den Goenoeng Andjasmoro bij Modjokerto.
De brandgrootte viel echter geheel in het niet, wanneer een vergelijk werd gemaakt met 1935. Dat was een rampjaar voor het gebergtebos. Het begon dat jaar in februari aan de zuidkust in het boschressort Goenoeng Bandoeng. In Oost-Java ontstond vuur naar vuur, waarbij eind augustus de climax werd bereikt in het Pasoeroeansche. De totale verbrande oppervlakte in alleen al Oost-Java dat jaar betrof meer dan zevenduizend hectare. Enkel het jaar 1918 overtrof dit met tienduizend hectare.
De afname was volgens het handelsblad te wijden aan de uitgebreide maatregelen, welke de dienst van het boswezen vooral de laatste jaren had genomen. Zij waren voortdurend bezig met de verbetering van de aanplantingen, waarbij het planten van tjemara werd gemeden, daar die uiterst brandbaar waren. Diverse soorten loofhout, waaronder mahonie en djatie waren geschikter geacht voor het droge klimaat. “Ongetwijfeld kan getuigd worden: het boschwezen is op den goeden weg!”