Auteur

Wie ben ik?

"Indische Tokeh" voor mijn volgers, "tuan besar", natuurlijk met een knipoog, voor de ouderen voor wie ik zorg, maar in het dagelijks leven luister ik naar de naam Jari. U ziet mij hiernaast op de foto tijdens mijn eerste boekpresentatie. Ik ben een Indo-Europeaan met een passie: namelijk het lezen over en behouden van de geschiedenis van Nederlands-Indië. Via Indische Tokeh deel ik iedere week een nieuw verhaal.

Geschiedenis boeit mij al zolang dat ik het mij kan herinneren. Mijn interesse in het Indische ontstond pas later. Ik wist dat ik een oma had uit Nederlands-Indië, maar dat was ook het enige. Naar de verhalen van mijn Nederlandse oma kon ik uren luisteren. Ik herinner mij nog een zaterdagmiddag waarop zij uit het niets vroeg: "zeg munnuh jonguh, moet je mij niks meer vragen?" Ik denk dat het iets was wat wij samen deelden, die passie voor geschiedenis. 

Naast haar verhalen keken wij iedere week trouw in het boek wat u links ziet. Het kostte vijftig cent op de rommelmarkt van Baarle-Nassau, maar het bracht vooral haar uren plezier. Zij vooral gericht op koningin-regentes Emma, terwijl ik meer geïnteresseerd ben in de onbekende negentiende-eeuwse prinsen Alexander (1818), Hendrik (1820) en Willem (1840).

Ik denk dat het een ongrijpbaar fenomeen was, de Indische geschiedenis.

Ik maakte een stamboom, maar dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Bij navraag kwam slechts een eenduidig antwoord: mijn oma zou het enige kind zijn geweest van haar ouders, maar er was ook een broer (vreemd, zij was toch de enige thuis...?). Oh ja, en er was nog een tante Oet in Amsterdam.

Háár vond ik pas veel later terug, ze was en is net zo goed verstopt als dat zij op de foto hieronder is. Mijn stamboom groeide, ik bleek een ontzettend grote familie te hebben. Een deel was afkomstig van de Banda-eilanden, terwijl de rest uit de omgeving van Semarang kwam.

"En toen ging er een wereld voor mij open"

Ik maakte kennis met familieleden door heel Nederland en had mailcontact met verre familie tot aan Amerika. Vooral de ontmoeting van Edje en Joke Fredriksz zal mij altijd bijblijven. Hij verwachtte kennis te maken met iemand van minstens 40-jarige leeftijd. Zij vermoedde dat ik jonger kon zijn. Ik was 21 in januari 2018, het was voor Edje dan ook een grote verrassing toen ik daar aan de deur verscheen.

Samen hielpen zij mij op weg in de grote familie Fredriksz en al waren de ooms en tantes waar ik meer over wilde weten er al jaren niet meer, door hun hulp heb ik veel antwoorden kunnen vinden op mijn vragen. Zij lieten mij voor het eerst kennismaken met de familie.

"Daarna ging alles snel"

Het was 11 juli 2023, ik had de kans gekregen om veel familieleden te interviewen, maar wist niet goed wat ik ermee kon doen. Ik besloot de Indische Schrijfschool een bericht te sturen. Midden in een verhuizing vonden de eerste gesprekken plaats. 

Terwijl alle spullen hun eigen plekje kregen, hielp Vilan van de Loo mij om dit voor alle losse verhalen te regelen. Tweewekelijks spraken wij elkaar telefonisch en zij voorzag mij van de juiste tips en tricks om dat wat ik had geschreven bij te kunnen schaven tot een goedlopend verhaal. Zonder haar hulp was hoofdstuk 1 nog steeds niet begonnen.

Tijdens onze gesprekken was er ruimte om alles te bespreken. Had ik problemen met het uitzoeken van een onderwerp, dan gaf zij mij tips. Vond ik het lastig om van subjectieve, objectieve familieverhalen te maken, liet zij mij zie hoe dat gemakkelijk gedaan kon worden. Zag ik beren op de weg, dan was zij er om ervoor te zorgen dat deze linea recta terug het bos in gingen. Een nieuw onderwerp om te beschrijven? Niets was te gek, zij moedigde mij aan en gaf tips.

Zij dacht zelfs mee na over onderwerpen die los stonden van de Nederlands-Indische geschiedenis. Dat wat zich bij mij in een opwelling openbaarde, vond zij totaal niet gek en hielp mee met de eerste handvatten.

Op 12 april 2024 was ik aanwezig bij haar boekpresentatie en ik wilde dat ook kunnen. Wat ik toen nog niet wist, was dat ik iets meer dan een jaar later mijn eigen boekpresentatie zou houden.

Het schrijven ging steeds sneller, gemakkelijker en beter. Onzekerheden verdwenen als sneeuw voor de zon. En toen, 15 april 2025, was het daar, mijn eerste boek: Ciel van der Sluys (1903-1985), Mijn vergeten overgrootmoeder uit Indië.

Enigszins gespannen ging ik naar mijn eigen boekpresentatie toe, maar toen ik eenmaal voor het grote publiek stond wist ik, dit gaat mij lukken. Ik had het leven van mijn Indische overgrootmoeder beschreven en gezien hoe sterk zij moest zijn, dan moet mij dit ook lukken. Ik heb immers het "Ciel-dna" in mij.

Wat ik nooit verwachtte...

was dat ik na het boek over Ciel van der Sluys door zou blijven gaan met beschrijven en delen van het Indische. Ik dacht dat het eenmalig zou zijn, maar het was een groeide interesse die iedere dag groter werd.

  • Ik kreeg het idee om een grote Indische stamboom te gaan maken;
  • Ik wilde bronnen toegankelijk maken waar ik tijdens mijn eigen onderzoek uren naar heb moeten zoeken;
  • Maar bovenal bleef ik doorgaan met schrijven.

Het verhaal van Kees Vink (1924-1948), een gesneuvelde Rotterdamse oorlogsvrijwilliger, een goede vriend van mijn grootouders en overgrootmoeder, wordt op dit moment beschreven en nog veel ideeën liggen op de plank om op een later moment te kunnen uitwerken en delen. Het leven van Prins Alexander is daar een voorbeeld van.

Wat doe ik nu?

Regelmatig onderzoek ik onderwerpen uit de Nederlands-Indische geschiedenis. De suikerindustrie, steden als Malang en Semarang of voorouders in de kolonie, het komt allemaal voorbij. Onder het genot van een kopje thee en het liefst de muziek van Son Mieux op de achtergrond, kan ik uren zoet zijn. Overigens kan ik dat bij hun concerten ook. Wist u dat ik daarover een blog bijhoud onder Son Mieux-journey?

Krijgt u nu ook geen genoeg van de Nederlands-Indische geschiedenis en wilt u er graag over praten. Stuur mij een bericht via het onderstaande contactformulier. Ieder verhaal is het immers waard om verteld en bewaard te worden.