Auteur
Wie ben ik?
"Indische Tokeh" voor mijn volgers, "tuan besar", natuurlijk met een knipoog, voor de ouderen voor wie ik zorg, maar in het dagelijks leven luister ik naar de naam Jari. U ziet mij hiernaast op de foto, gemaakt tijdens mijn eerste boekpresentatie op 15 april 2025.
Ik ben ook een Indo-Europeaan met een passie: namelijk het lezen over en behouden van de geschiedenis van Nederlands-Indië. Via Indische Tokeh probeer ik daarvan zoveel mogelijk te delen.
Geschiedenis boeit mij al zolang dat ik het mij kan herinneren. Uren kon ik luisteren naar de verhalen van mijn Nederlandse oma. Ik herinner mij nog een zaterdagmiddag waarop zij uit het niets vroeg: "zeg munnuh jonguh, moet je mij niks meer vragen?" Ik denk dat het iets was wat wij samen deelden, die passie voor geschiedenis.
Naast haar verhalen keken wij iedere week trouw in het boek wat u links ziet. Het kostte vijftig cent op de rommelmarkt van Baarle-Nassau, maar het bracht vooral haar uren plezier. Vermoedelijk heb ik eveneens deze interesse van haar overgenomen, al was zij vooral gericht op koningin-regentes Emma, terwijl ik meer geïnteresseerd was in de onbekende negentiende-eeuwse figuren: prinsen Alexander (1818), Hendrik (1820) en Willem (1840). Over hen zou ik uren kunnen vertellen.
Maar goed, tot zover mijn relatief abnormale kinderjaren. Mijn interesse in het Indische ontstond pas later. Ik wist dat ik een oma had uit Nederlands-Indië, maar dat was ook het enige.
Ik denk dat het een ongrijpbaar fenomeen was, de Indische geschiedenis.
Eens ondernam ik een poging om mijn stamboom aan te vullen met de Indische familie. Dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Bij navraag kwam slechts een eenduidig antwoord: mijn oma zou het enige kind zijn geweest van haar ouders, maar er was ook een broer (vreemd, zij was toch de enige thuis...?). Oh ja, en er was nog een tante Oet in Amsterdam.
Die tante Oet vond ik pas veel later terug, ze was en is net zo goed verstopt als dat zij op de foto hiernaast is. Maar ik gaf niet op met mijn stamboom en wat bleek, ik bleek een ontzettend grote familie te hebben. Een deel was afkomstig van de Banda-eilanden, terwijl de rest uit de omgeving van Semarang kwam.
"En toen ging er een wereld voor mij open"
Ik maakte kennis met familieleden door heel Nederland en had zowaar mailcontact met verre familie in Amerika. Vooral de ontmoeting van Edje en Joke Fredriksz zal mij altijd bijblijven. Hij verwachtte kennis te maken met iemand van minstens 40-jarige leeftijd terwijl zij vermoedde dat ik jonger kon zijn. Het was januari 2018, dus ik was nog 21 jaar en het was voor Edje dan ook een grote verrassing toen ik daar aan de deur verscheen.
Samen hielpen zij mij op weg in de grote familie Fredriksz en al waren de ooms en tantes waar ik meer over wilde weten er al jaren niet meer, door hun hulp heb ik veel antwoorden kunnen vinden op mijn vragen. Zij lieten mij voor het eerst kennismaken met de familie.
"Daarna ging alles snel"
Het was 11 juli 2023, ik had de kans gekregen om veel familieleden te interviewen, maar wist niet goed wat ik ermee kon doen. Ik besloot de Indische Schrijfschool een bericht te sturen. Midden in een verhuizing vonden de eerste gesprekken plaats.
Vilan van de Loo hielp mij om alle losse verhalen om te zetten in een groot geheel. Tweewekelijks spraken wij elkaar telefonisch en zij voorzag mij van de juiste tips en tricks om dat wat ik had geschreven bij te kunnen schaven tot een goedlopend verhaal. Ongetwijfeld was het zonder haar hulp nooit gelukt.
Tijdens onze gesprekken was er ruimte om alles te bespreken.
- Had ik problemen met het uitzoeken van een onderwerp, gaf zij mij tips;
- Had ik moeite met het omgaan en verwerken van subjectieve familieverhalen, zij liet mij zien hoe gemakkelijk het omgevormd kon worden tot iets objectiefs;
- Zag ik beren op de weg, dan zorgde zij ervoor dat deze linea recta terug het bos in gingen;
- Een nieuw onderwerp om over te schrijven, zij moedigde mij aan en gaf tips.
Vilan dacht zelfs mee na over onderwerpen die los stonden van de Nederlands-Indische geschiedenis. Dat wat zich bij mij in een opwelling openbaarde, vond zij totaal niet gek en hielp mee met de eerste handvaten.
Diezelfde avond nog schreef ik in een impulsieve bui een mail. Helaas was het niet het juiste moment.
Op 12 april 2024 was ik aanwezig bij haar boekpresentatie en ik wilde dat ook kunnen, maar voelde mij daar ongeschikt voor. Wat ik toen nog niet wist, was dat ik iets meer dan een jaar later mijn eigen boekpresentatie zou houden.
Het schrijven ging steeds sneller, gemakkelijker en beter. Soms wat onzekerheden, maar al snel verdwenen deze als regen voor de zon. En toen, op die bewuste 15 april was het daar, mijn eerste boek: Ciel van der Sluys (1903-1985), Mijn vergeten overgrootmoeder uit Indië.
Enigszins gespannen ging ik naar mijn eigen boekpresentatie toe, maar toen ik eenmaal voor het grote publiek stond wist ik, dit gaat mij lukken. Ik had het leven van mijn Indische overgrootmoeder beschreven en gezien hoe sterk zij moest zijn, dan moet mij dit ook lukken. Ik heb immers het "Ciel-dna" in mij.
Wat ik nooit verwachtte...
was dat ik na het boek over Ciel van der Sluys door zou blijven gaan met beschrijven en delen van het Indische. Ik dacht dat het eenmalig zou zijn, maar het was een groeide interesse die iedere dag groter werd.
- Ik kreeg het idee om een grote Indische stamboom te gaan maken;
- Ik wilde bronnen toegankelijk maken waar ik tijdens mijn eigen onderzoek uren naar heb moeten zoeken;
- Maar bovenal bleef ik doorgaan met schrijven.
Het verhaal van Kees Vink (1924-1948), een gesneuvelde Rotterdamse oorlogsvrijwilliger, een goede vriend van mijn grootouders en overgrootmoeder, wordt op dit moment beschreven en nog veel ideeën liggen op de plank om op een later moment te kunnen uitwerken en delen. Het leven van Prins Alexander is daar een voorbeeld van.
Wat doe ik nu?
Regelmatig onderzoek ik onderwerpen uit de Nederlands-Indische geschiedenis. De suikerindustrie, steden als Malang en Semarang of voorouders in de kolonie, het komt allemaal voorbij. Onder het genot van een kopje thee en het liefst de muziek van Son Mieux op de achtergrond, kan ik uren zoet zijn. Overigens kan ik dat bij hun concerten ook. Wist u dat ik daarover een blog bijhoud onder Son Mieux-journey?
Krijgt u nu ook geen genoeg van de Nederlands-Indische geschiedenis en wilt u er graag over praten. Stuur mij een bericht. Ieder verhaal is het waard om verteld en bewaard te worden.