Hond Tromp te Bandoeng, KITLV 157835.

Commotie om een hond

 

Een open brief in de krant

(verhaal van 08-04-2026)

Dagblad De expres ontving begin oktober 1912 een open brief van een militair uit Bandoeng. Hij wilde de Europeanen op de hoogte brengen van de duistere zaken die daar gaande waren. De reden: een hond.

 

“Eenigen tijd geleden werd door de politie een hond, niet voorzien van de voorgeschreven muilkorf en toebehoorende aan een sergeant der artillerie, opgepakt”. De militair vond het vreemd dat diezelfde avond nog de sergeant zijn hondje terugkreeg. Volgens hem had dit te maken met omkopingen. Het zou al vaker gebeurd zijn, maar was wel persoonsafhankelijk. Een gewone burger had hetzelfde meegemaakt, maar kreeg zijn hondje niet terug. Eén vraag restte voor de militair: “Mag de persoon, belast met toezicht der opgevangen honden, op eigen gezag de dieren aan eigenaars teruggeven? En zoo ja, is het dan noodig, dat hij daarvoor geld ontvangt?”

De open brief zorgde voor de nodige commotie in de stad en bereikte ook de beschuldigde. Er was namelijk maar een persoon belast met deze taak en dat was Willem Fredriksz, tevens cipier van ’s lands gevangenis in de stad.

 

Fredriksz gaf via dezelfde krant een dag later zijn reactie. Hij vond dat het “heel gemakkelijk [is] om iemand te beschuldigen, te belasteren en iemands goeden naam in opspraak te brengen”. Hij richtte zich evenwel tot de krant: “wordt door uwe redactie op een streng onderzoek over het door ,,een militair” geschrevene aangedrongen. Ik als direct betrokkene eisch het, ter wille van mijn goeden naam, en heb ik daartoe reeds bij den controleur voor de politie alhier, mijn chef, de noodige stappen gedaan”.

De militair kreeg 2 x 24 uren de tijd om zich bekend te maken om zijn mening verder te onderbouwen of om zich te excuseren voor hetgeen hij had veroorzaakt.

 

Lang liet een reactie niet op zich wachten. De volgende dag opende het tegenbericht “zijn apologie gemaakt”. De sergeant had een gulden geboden voor het terugkrijgen van het hondje, maar dat werd geweigerd. Er was geen sprake van beschuldigingen aan het adres van Fredriksz. De militair verklaarde hem niet eens te kennen.

Een hoop gedoe voor beide heren en de krant en dat allemaal om een hondje.