Het Nederlandse IEV
In de zaal van de Oranje-Sociëteit kwamen 8 juli 1924 een groot aantal Indo-Europese dames en heren bijeen om de Nederlandse tak van het Indo-Europeesch Verbond (IEV) op te richten. Vijf jaar eerder was dit verbond in Indië opgericht door Karel Zaalberg. In eerste instantie vanuit Bandoeng, maar al snel volgden andere grote en kleinere steden en telde ruim 11.000 leden.
Onder voorzitterschap van gepensioneerd luitenant-kolonel van het KNIL G.J.H. Bruynis werd de zitting geopend. Het IEV “is geen politieke partij, maar vóór alles een belangenorganisatie; het tracht de economische, maatschappelijke en zedelijke belangen der leden zooveel mogelijk te behartigen, vooral door het steunen van het Europeesch onderwijs, het verleenen van studiebeurzen enz.” Het was enkel voor de Indo-Europeanen, waarvan er in 1924 zo’n 70.000 in Nederland woonden. Zij waren veelal gepensioneerde ambtenaren of verlofgangers.
Gevreesd werd dat de partij zich zou afzetten tegen de Nederlandse regering, maar : “De actie van het Verbond richt zich niet tegen de Regeering en zal zich verzetten tegen iedere poging, om het Nederlandsche gezag in Indië omver te werpen”, aldus de Haagsche Courant van 9 juli 1924.
Om ook de voormalige inwoners van de koloniën gelijke kansen te geven in het vaderland, werd in de Oranje-Sociëteit de beslissing genomen tot definitieve oprichting. Uit de namenlijst van de bestuursleden bleek dat het echte Indo-Europeanen waren: Bousquet, Rochemont en Van der Sluys.
Namens de Vereniging voor Indische Verlofgangers drong bestuurslid D. van Geuns aan op nauwe samenwerking met de zijne. Ook de Indische Club juichte samenwerking en steun toe.
De bijeenkomst werd hierop gesloten. De afdeling telde op dat moment 200 leden. Twee weken later vond op 26 juli de eerste vergadering plaats met als agenda: het huishoudelijk reglement, de contributie en het wel of niet toelaten van verlofgangers tot het bestuur, om op die manier nog enige “voeling te houden met Indië”. Besloten werd om het bij de negen vaste bestuursleden te houden.
“Moge de afdeeling Nederland bloeien en groeien tot heil van Klein- en Groot-Nederland. (Langdurig applaus)”