Het overlijden van Hendrik 'de Zeevaarder'
De enige Oranjetelg die Indië gekend had
(verhaal van 22-07-2026)
Prins Hendrik der Nederlanden, 1878.
Afgelopen vrijdag was ik een weekend in Den Haag. De naam van het hotel liet mij denken dat ik mij in Indië bevond: Hotel des Indes aan de Lange Voorhout, gelijk aan het Hotel des Indes aan het Molenvliet in Batavia.
Zondagochtend was er een antiekmarkt op de Lange Voorhout. Ik kwam uiteindelijk terug met een ingelijste foto, één van prins Hendrik, de enige Oranjetelg die gedurende de Nederlandse aanwezigheid in de Oost de oversteek maakte naar Indië. De foto, gemaakt in 1878, was verkocht als herinnering na zijn overleden op 13 januari 1879. Ik vroeg mij af hoe het nieuws van zijn overlijden in de kolonie werd ontvangen. Het volk was immers nog in euforie over het tweede huwelijk van de oudere broer van de overledene, Willem III, met Emma van Waldeck-Pyrmont, zes dagen eerder.
De Bataviaasche bladen omschreven hem als “wat prins Albert voor Engeland geweest is, dat was prins Hendrik voor Nederland.” Het Bataviaasch Handels- en Nieuwsblad gingen verder:
De kolonie had hij, als eenige telg uit het Huis van Oranje die haar bezocht, met eigen oogen aanschouwd. En hoe hij die kolonie liefhad, is gebleken zoowel uit den stoot welken hij gegeven heeft aan de ontginning harer schatten, als aan het door hem genomen initiatief om van de opening van het Kanaal van Suez partij te trekken tot het oprichten van koloniale depots ter verlevendiging van den kolonialen handel.
Daarnaast was Hendrik medeoprichter en aandeelhouder van onder meer de Billiton Maatschappij voor tinwinning en investeerde hij fors in de modernisering van de scheepvaartroutes tussen Nederland en de Oost. De prins was een goed zakenman en wist zowel zijn eigen kapitaal als dat van de bedrijven te laten groeien.
Ook Indië was in rouw gedompeld. Voorstellingen werden afgezegd, vergaderingen afgelast. Door de Protestantsche Gemeente werd een gelegenheidstoespraak gehouden.
Het overlijden van een koning of koningin werd als zwaarder ervaren, maar desalniettemin leefde het volk mee, ook in de kolonie. Zoals het Bataviaasch Handelsblad op 14 januari 1879 schreef: “de natie treurt over het afsterven van Hem, die haar een gids en een bolwerk was.”