Het uitgaansleven in de kuststeden

 

Semarang versus Soerabaja

(verhaal van 29-04-2026)

Soerabaja, Simpang restaurant, KITLV 1404627.

Het Algemeen handelsblad voor Nederlandsch-Indië van 26 februari 1930 vergeleek in een artikel het uitgaand publiek in de steden Semarang en Soerabaja. Volgens een verricht onderzoek zou Soerabaja meer mensen naar het stadscentrum lokken dan Semarang.

 

De opkomst bij dans en cabaret in eerstgenoemde stad was zelden meer dan in kleinere steden elders op Java door de afstand tussen het uitgaansgebied en de buitenwijken, welke hoger en op grote afstand lagen. Hierdoor voelden de inwoners in de avonduren er weinig voor om terug naar de stad te gaan. Maar was dit echt zo?

De vermakelijkheden van Soerabaja bevonden zich vooral op Simpang en in het centrum op Pasar Besar. Dit was, evenals in Semarang, op kilometers afstand van de wijken Darmo, Goebeng en vooral Wonokromo. En toch waren daar op de zaterdagavonden alle zalen uitverkocht.

 

De echte reden: Semarang had een rustiger amusementsleven. Naast enkele sociëteiten en restaurants, was er hooguit nog een bioscoop en een theater. “Voor Semarang houdt daarmede vrijwel de heele zaak op”. De soos was gelijkwaardig aan de modernere Simpang Club in Soerabaja, waar de gasten op zaterdagavond met de benen buiten hingen. Doorgaans bleven zij zich amuseren tot ver na twaalven. Dit was niet vreemd, aangezien er veel mariniers in de stad gelegerd waren.

Soerabaja was veel meer gericht op het uitgaanspubliek. Op Toendjoengan, de winkelstraat, bevond zich een casino, een sociëteit op Tegalsari, bioscopen, het Apollo en Luxor Theater. De bezoekers konden eten in een van de chique Chinese restaurants, een grillroom of bar, gingen naar een dancing, naar één van de hotels als Ngemplak of het Oranje Hotel, waar iedere avond muziek en dans was of keken geamuseerd naar cabaret in de schouwburg.

“En wat heeft Semarang in dit opzicht? Niets hoegenaamd. De dansavonden in den Stadstuin, eens in de veertien dagen, kunnen hierbij niet vergeleken worden”. De heer Hoenson poogde eens wat leven te brengen in Semarang, maar het ging niet. Volgens het bericht was Semarang “daar nog niet rijp voor”. Wellicht zou de bouw van de haven dit veranderen. Daar was immers wel een uitgaansleven. Een toch nog positieve afsluiting voor beide kuststeden.