Moordaanslag op een jonge vrouw
Drama aan de Konijnenstraat te Semarang
(verhaal van 22-04-2026)
Rechtbank in Nederlands-Indië, KITLV151398.
In De Locomotief van 7 september 1928 werd teruggeblikt op een drama dat zich op 17 mei had afgespeeld in de Konijnenstraat te Semarang. Een zekere mejuffrouw L.S.M. Horn zou met een pennenmes zijn gestoken door de oude mevrouw P.D. Terweg-Salomon. Bijna vijf maanden na de aanval nam de Raad van Justitie de zaak in behandeling.
“Over de zaak en de toedracht van de zaak vernamen we toen, dat mevr. S. een pleegzoon en een pleegdochter had. De zoon bracht, een tijd vóór het gebeurde reeds, mej. Horn in huis en van dat oogenblik af waren de onaangenaamheden begonnen.”
Volgens Horn was zij tijdens de ruziebuien verleid door de pleegzoon om negatieve opmerkingen te maken over onder meer de pleegdochter. Terweg voelde zich hierdoor gegriefd. De pleegzoon deed niets om dit tegen te gaan, zodat een eventuele uitbarsting voorkomen zou worden.
De oude vrouw raakte hoe langer hoe meer overstuur. Op de bewuste ochtend van de aanval, had er opnieuw een woordenwisseling plaatsgevonden tussen de twee vrouwen. Terweg raakte buiten zinnen. Ze pakte een mes en bracht een steek in het onderlijf van Horn toe, waarop zij zich omdraaide en nogmaals werd getroffen, ditmaal in de rug. De gewonde gooide de oude vrouw op de grond, in de hoop weg te kunnen komen. Zij was echter zo furieus geworden dat ze mata gelap, in blinde razernij, een derde steek toebracht. Ze raakte de gewonde recht in de halsslagader.
Hevig bloedend werd Horn met spoed naar het CBZ gebracht voor behandeling. Daar bleek dat zij was geraakt in de hals, maar dat de wond doorliep tot aan het linkerborstbeen. Door het snelle en kundige handelen van de artsen in het ziekenhuis heeft Horn het overleefd.
8 september 1928 vond de eerste zitting plaats, een week later de uitspraak. De 68-jarige mevrouw Terweg-Salomon was hierbij afwezig. De uitspraak luidde: “Wegens mishandeling zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebbend is bekl. veroordeeld, conform de eisch van het O.M., tot zes maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van drie jaar.” Een verzoek dat was gedaan door mejuffrouw Horn, met wie de dader zich intussen had verzoend.