Opening van het jongensweeshuis
Soekaboemi kwam op de kaart
(verhaal van 26-11-2025)
13 april 1920 waren in Soekaboemi veel hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de Gouverneur-generaal, zijn echtgenote en de assistent-resident van de stad, te vinden voor de opening van het nieuwe jongensweeshuis.
Het Bataviaasch nieuwsblad schreef over “de dankbare, feestelijke stemming, van bestuur, gestichtsbewoners enz.”. ’s Morgens rond tien uur begon het feest in de recreatiezaal met een openingsrede door voorzitter van Dijk. In zijn uitgebreide toespraak vloeiden de mooie woorden over de totstandkoming van het weeshuis en werd iedereen die verantwoordelijk was bedankt, in het bijzonder de Heer: “En ten slotte stel ik U voor te eindigen met het uitspreken van een gebed tot Hem, van Wien al deze weldaden ontvangen werden”. Waarna Ds. van Doorn een gebed uitsprak.
Directeur P. Kuylman nam het woord over. Hij zag het als een voorrecht om “namens zijn jongens een kort woord te […] spreken, om weer te geven, wat er in onze harten op dezen dag omgaat”. Hij zag zich als hun tolk en dankte de regering en de Indische maatschappij voor het realiseren van het huis. Ingenieur van Hoytema en bouwer Les, die “iederen dag medelevende en er ons in verdiepende […] totdat wij dezen dag tegen elkander mogen zeggen: de droom is werkelijkheid geworden, het Jongenshuis is klaar”.
Als laatste voegde de gouverneur daar nog een woord aan toe. Hij was lovend, feliciteerde alle betrokkenen en wendde zich daarna tot de nieuwe bewoners: “En jullie moeten je gelukkig prijzen, dat ge staat onder de voortdurende leiding, die spruit uit toewijding en liefde en die gepaard gaat met een vasten wil, die noopt tot orde en tucht” en “jullie hebben nu maar een plicht, je best doen en te trachten het tot iets te brengen. Want het moet jullie er toch om te doen zijn dit huis eenmaal uit te gaan, niet minder dan toen je er in kwam, maar je moet iets hooger bereikt hebben, gesterkt en gestaald door innerlijke kracht, die jullie hier wordt geschonken”.
Als afsluiting liet mevrouw Kuylman de jongens het clublied zingen en kregen de genodigden een rondleiding door het gebouw. Het gouverneurspaar liet zich “zeer waardeerend uit”. Een fijne herinnering bleef over van deze memorabele ochtend.