Weer en bedrijf
Westmoesson op Java
(verhaal van 16-09-2026)
Een suikerfabriek door Herman Salzwedel, 1876 - 1884, Rijksmuseum.
De suikerindustrie in Indië was van economisch belang, veel Europeanen werkten er of kenden iemand die dat deed. In de krant werd geschreven over de ondernemingen, het personeelsverloop en de ontwikkelingen. In 1917 kopten eerst De Locomotief, later ook andere bladen als De Indische Courant en De Preanger-Bode, veelal met de krantenkop “Weer en Bedrijf”.
De Locomotief van 6 februari 1928 benoemde dat de westmoesson (november tot maart) “een zeer ongelijkmatige regenval” had op veel plaatsen met uitzondering van Djokjakarta en Banjoemas, waar het “op enkele uitzonderingen na ver onder het veeljarig gemiddelde” bleef. Voor de groei van het riet was dit ongunstig, terwijl de droogte zorgde voor een spoedige bloei van het suikerriet.
De groepsadviseur van Sidoardjo schreef dat de onregelmatigheid een opvallend verschijnsel was. “Zoo kon het voorkomen, dat op eenzelfde onderneming sommige tuinen overvloedig van de regens profiteerden, terwijl andere complexen naar de algemeene opvatting beslist te weinig kregen.” En dat viel te verklaren. De riettuinen op een suikeronderneming konden dichtbij of juist ver uit elkaar liggen. Desalniettemin stonden de bibittuinen met de pas ontkiemde tot kleine plantjes er goed bij. Enkel muizen en loewaks zorgden voor problemen.
In veel verschillende residenties klaagden medewerkers over de hoeveelheid regenwater. In Djombang, Banjoemas, Koedoes, Pekalongan viel er te weinig. Soerakarta was de enige die wat positiever nieuws bracht: “Op meerdere ondernemingen kwam in deze maandhelft een droogteperiode voor van een week en langer, doch daarna waren de regens meer algemeen, en vielen vrijwel dagelijks in de middaguren vrij zware buien”.
Uiteindelijk kon er toch nog geoogst worden ondanks de problemen in de waterhuishouding. Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië van 27 april 1928 was de eerste die dat jaar hier melding van maakte: “De suikerfabrieken Wonopringgo en Remboen zijn heden de campagne aangevangen.”
De betrekkelijke rust was weer voorbij; lorries raasden over het terrein, de machines draaiden en dat alles om aan eind september weer opnieuw te beginnen.