De aankomst in Soerabaja

De Tegelberg, het schip waarmee II-10 R.I. naar Indië voer.

15 mei 1946, deze week 80 jaar geleden, is de datum waarop Kees Vink en de rest van II-10 R.I. in Soerabaja debarkeerden. De komende drie jaren zou dat zijn thuisstad worden. Hij kreeg orders, marcheerde de loopplank af en werd vervoerd naar zijn eerste onderkomen in de bovenstad.

 

Van verhalen had hij kunnen horen hoe mooi het in Indië moest zijn. Overal palmbomen, een lekker zonnetje en op iedere hoek van de straat was eten te vinden. Na jaren in het door oorlogsleed verwoeste Rotterdam te hebben gewoond, moest dit een oase zijn.

Maar was dat even anders. In de haven trof hij geen rustige, vredige samenleving aan. Wat hij zag, waren vooral veel militairen. Zij bepaalden het beeld in de haven. Er waren weinig Europese burgers aanwezig. Later bleek dat het merendeel van hen op dat moment nog geïnterneerd was.

 

Een legertruck bracht de 22-jarige Kees naar zijn eerste thuisbasis. Onderweg kon hij het beeld van de stad goed in zich opnemen. Winkels waren geplunderd, huizen stonden leeg. Rond het stadscentrum trof hij het geraamte van het afgebrande gebouw van de Raad van Justitie aan.

Nog geen half jaar eerder verkeerde de stad in een strijd die later bekend stond als de Slag om Soerabaja. Deze stad was één van de meest vernielde steden van geheel Indië. Het beeld dat Kees had van deze nederzetting was binnen enkele minuten geheel weggevaagd. Het deed hem denken aan zijn thuishaven, die in 1940 ook deels weggevaagd was. Daar stonden eveneens verwoeste gebouwen, waren wegen onbegaanbaar en lag de haven in puin. Hij dacht dat te hebben achtergelaten, maar trof het hier opnieuw.

In zijn ogen was de stad doodstil. Hij wilde tijdens zijn verlofuren leven, maar er was niemand om mee naar de film te gaan. In de sociëteit waren geen jonge vrouwen om mee te dansen. Kon hij hier ooit aan wennen?