Een brief aan thuis

Vandaag tachtig jaar geleden ontvingen de ouders van Kees Vink een brief van hun zoon. Voor het eerst sinds weken had hij briefpapier kunnen bemachtigen en besloot om de laatste nieuwtjes, vanaf de wachtpost Kedoengsroko bij Soerabaja, te schrijven.

Briefpost was de meest gebruikelijke contactwijze met het thuisfront. Kees verontschuldigde zich voor de lange radiostilte. “Er is een grotere ruimte tussen deze en de laatste brief dan jullie gewend zijn, maar dit komt omdat ik de laatste tijd slecht in vorm ben in het brievenschrijven.” Het was dertien dagen geleden dat hij zijn vorige bericht had verstuurd. Voor de thuisblijvers kon een langere radiostilte wijzen op drukte, maar evenwel op sneuvelen van hun geliefde.

De avond ervoor waren er wat ongeregeldheden geweest op de wachtpost. Kees had dienst die avond en wist samen met de andere wachtlopers de rust weder te laten keren.

“Voor de rest gaat alles hier nog zijn oude gangetje. Wij zijn weer zwaar aan het trainen en wachtkloppen doen we alleen nog maar ’s nachts.” Het wachtlopen was hij intussen gewend. Iedere keer dezelfde ronde lopen, observeren of alles rustig was en bleef en goed de ogen en oren openhouden voor een eventuele vijand.

“Wij komen nog steeds iedere week bij onze Indische familie. Daar zijn we nu kind aan huis. Vandaag heb ik bij hen gerijsttafeld, maar dat bevalt mij toch niet. Geef mij maar boerenkool met worst.” De ene militair kon genieten van het gekruide en pittige eten uit de tropen, de ander vond het maar vies. En hoewel de avondmaaltijden hem weinig deden, kon hij genieten van het veelal onbekende tropische fruit.

Regelmatig ging Kees op bezoek bij verschillende Indische families in Soerabaja. Daar kon hij lachen, dansen en even de oorlogssituatie vergeten. Hij en zijn vrienden werden als eigen kinderen in huis opgenomen.

Vader en moeder, maar vermoedelijk ook de andere familieleden, bleven op de hoogte van vooral de positieve ontwikkelingen in het leven van hun zoon. Over de uitstapjes met vrienden, de laatst bekeken film of zelfs de liefde, want “haast was ik Jan [zijn broer] opgevolgd, maar na twee weken was het alweer uit met de liefde. Niks voor Keesie.”

Kees en zijn vrienden op bezoek bij een van de Indische families.