Pieter Frans Verduijn Lunel (1846-1917)

Kantoor van de gouveneur aan Bodjong te Semarang, KITLV A511.

Tijdens het invoeren van akten in de Indische stamboom viel mij op dat Pieter Frans Verduijn Lunel, de “gewoon ambtenaar van den burgerlijken stand” van Semarang regelmatig afwezig was. Meermaals werd hij vervangen door de buitengewoon ambtenaar Louis Florent Gaspard van Zuijlen. Maar wie was Pieter?

 

Hij werd geboren in 1846 in Batavia, als zoon van Hendrik Joseph Verduijn Lunel en Sophia Augustina de la Rambelje, huwde in 1872 in Batavia met Maria Frederika Antoinetta Hielckert en stichtte een groot gezin.

Eind decennium 1860 begon hij als eerste klerk bij het departement van onderwijs. Het ging goed, hij promoveerde. In 1880 was hij langdurig ziek en kreeg hij “een 2-jarig verlof met Europeesch verlofstraktement f 1740.- ’s jaars” toegekend.

In Nederland behaalde hij tijdens dit verlof zijn groot-ambtenaarsexamen, waarna hij op 25 april 1882 met de Drenthe terugkeerde naar Indië. Hij pakte de draad weer op en werkte in de jaren negentig in Madoera. Bij zijn overplaatsing naar Semarang kreeg hij als dank een afscheidsfeest.

 

In 1900 werd hij in Semarang residentiesecretaris met als deeltaak gewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Het eerste jaar liep vlekkeloos, maar in zijn tweede jaar kreeg hij gezondheidsklachten. Een maand verlof kreeg hij om te herstellen in Salatiga en Merbaboe. Dit was te weinig, hij verzocht om een maand verlenging te krijgen. In september 1902 keerde hij terug, waarna hij enkele jaren later opnieuw een binnenlandsverlof kreeg “wegens gewichtige redenen”. Al die jaren was hij niet ziek geworden en nu in Semarang tweemaal binnen enkele jaren.

De kranten speculeerden over een aanstaand pensioen, maar dat zou nog een jaar op zich laten wachten. Op 5 november 1905 ging hij met pensioen en genoot hier twaalf jaar van. Pieter Frans Verduijn Lunel overleed op 3 november 1917 in Bandoeng. Hij was 81 jaar oud.

 

Het lijkt alsof er een vloek rustte op het werken in Semarang. Er waren meer overgeplaatste ambtenaren die binnen enkele jaren na aankomst één of meerdere ziekteverloven kregen toegekend. Eens las ik de aannemelijke verklaring dat dit kwam door de temperatuur, maar of dat de reden was?