Paniek in Joana

 

Een stad in puin

(verhaal van 30-09-2026)

Paniek in Joana. Het Bataviaasch Nieuwsblad van 15 december 1890 berichtte: “Joana 15 December. Gister is deze plaats door een zware aardbeving geteisterd. Verscheiden pakhuizen en huizen zijn ingestort. Zeven inlanders vonden den dood onder de puinhoopen.” Een dag later volgde meer details.

Zo zouden de pakhuizen van de suikerfabrieken Trangkil en Pakies zijn ingesteld en waren de andere beschadigd.

Ook zeventien Chinezen kwamen om: “De eerste berichten, die uit Joana zijn ontvangen, waren door de paniek, die aldaar heerschte, zeer onvolledig. Thans komen uitvoerige berichten” en daar bleek dat het Chinese kamp bijna geheel in puin lag.

Tal van huizen en gebouwen waren deels ingestort. “De woning van den hoofdonderwijzer, het logement, de woning van den havenmeester, die van den agent der firma Mac Neill, alsmede van den opzichter en van een klerk zijn gedeeltelijk ingestort.” Het Nieuwsblad van 16 december wist te melden dat “het opgegeven aantal van zeven dooden onjuist en veel grooter [moet] zijn.”

 

Zo ook de opiumpachter; zijn lijk werd in stukken van onder de puinhoopen weggehaald. Hij bevond zich tijdens de aardbeving in het speelhuis. De verliezers zijn direct naar buiten gevlucht; de winnaars wilden eerst hun geld meenemen en zijn daardoor onder de neerstortende puinhoopen omgekomen.

 

Door al het puin en de paniek onder de inwoners, was onduidelijk hoeveel mensen nog levend gevonden zouden worden. In de opvolgende 24 uren werden wederom schokken waargenomen. Ditmaal waren de particuliere huizen, het residentiekantoor, de Württembergsche kazerne en het hospitaal van Semarang beschadigd.

Uiteindelijk kwam de rust terug. De inwoners van Joana bleven achter in zelfgebouwde bamboehuizen, “waarin de nacht in bange verwachting wordt doorgebracht.”

“Er is voorts bijna geen enkel steenen gebouw op Joana te vinden, dat niet in mindere of meerdere mate is beschadigd. Bijna alle woningen bekwamen geweldige scheuringen in de muren”, aldus het Soerabaijasch Handelsblad van 18 december 1890. “De meening van velen op die plaats, nml. Dat nog slechts één vrij hevige schok de geheele stad Joana in een ruïne zou herschapen, kan dan ook niet overdreven genoemd worden.”